donderdag, december 31, 2009

Een kritisch jaar?

Normaliter schrijf ik in deze weblog over wat ik gelezen heb in de context van mijn werk. Niet alles wat ik lees keert terug op deze weblog, alleen wat ik de moeite waard vind om in het publieke domein te delen. Nu eens een berichtje over wat ik nog moet lezen en wat ik voorneem om volgend jaar te lezen. Met een aanvulling vanuit het kerstpakket van de KNAW (een heuse cadeaubol van bol.com) heb ik deze week het derde deel van de 'drie kritieken' van Immanuel Kant aangeschaft, namelijk de Kritiek van het oordeelsvermogen (Boom, 2009). Ik heb ze nu dus alledrie, maar nog geen daarvan gelezen. Wel heb ik fragmenten (in het Duits) gelezen tijdens mijn studie Filosofie aan de RUG. Ik neem me nu publiek voor om de 'drie kritieken' (dus ook Kritiek van de zuivere rede en Kritiek van de praktische rede) in 2010 integraal te lezen. Na een 'crisisjaar' dus een kritisch jaar?

P.S. Dit is mijn 200e bericht op deze weblog, zowaar een mijlpaal.

maandag, december 28, 2009

Op de virtuele zeepkist

Dit is de titel van het boekje dat het instituut DANS met zijn nieuwjaarskaart verstuurde. Het bevat columns en reacties van de Open Data Speakers Corner, een initiatief in het kader van de van 19-23 oktober jl. gehouden Open Access week. De indeling is goed bedacht, voor iedere werkdag is een invalshoek gekozen: wetenschapsbeleid, datagebruiker, wetenschappelijke bibliotheek, wetenschappelijke uitgeverij, dataproducent. Telkens is er een column met vooraf gevraagde reacties en ook nog enkele online comments.

Het boekje is prettig om te lezen, maar het valt mij op dat er niet echt sprake is van een debat. Een zeepkist veronderstelt stevige stellingnames en dat valt hier wat tegen. Alleen Sijbolt Noorda durft een vergelijking te maken met de tijd van 'apartheid' in Zuid-Afrika. Iedereen is het er eigenlijk wel over eens dat zowel onderzoeksresultaten als onderzoeksdata zo veel als mogelijk open toegankelijk moeten zijn, zelfs de vaak gewraakte wetenschappelijke uitgever.

Conclusie: voor dit onderwerp is geen debat meer nodig en ook geen zeepkist. De vraag is hoe een en ander gerealiseerd kan worden. Daar zijn nog wel stevige debatten over te voeren, lijkt mij. Met een variatie op de beroemd geworden 11e stelling van Marx over Feuerbach: allen die betrokken zijn bij de wetenschap hebben het wetenschappelijke publiceren slechts verschillend geïnterpreteerd, het komt er op aan de wijze van publiceren te veranderen.

maandag, december 14, 2009

Meer dan klantgericht

Afgelopen weekend heb ik maar eens het boek Maak een fan van uw klant (Business Contact 1999) van Ken Blanchard en Sheldon Bowles uit de kast getrokken. Ik heb dit boek eens gekregen bij een congres, maar had het nog steeds niet gelezen. De ondertitel luidt: 'Een revolutie in dienstverlening'. Het Woord vooraf zet de toon: "Succesvolle organisaties hebben één gemeenschappelijk richtpunt: klanten".

Het boek is geschreven in de vorm van een parabel. Een nieuwe districtsmanager krijgt op zijn eerste werkdag te horen dat klanten tevreden zijn omdat ze lage verwachtingen hebben. "Mensen verwachten slechte goederen en onbeschofte service." Hij moet echter geen genoegen nemen met tevreden klanten, maar fans van zijn klanten maken. In het boek krijgt de districtsmanager drie 'magische geheimen' aangereikt om dat te bereiken:
  1. Besluit wat je wilt. Creëer een visie van perfectie, puur gericht op de klant.
  2. Ontdek wat de klant wil, niet alleen de inkoper in een organisatie maar ook de eindgebruiker.
  3. Maak het consequent waar en doe 1 procent meer. Besef daabij dat het niet alleen om het product gaat, maar juist ook om de service.
Het boek is misschien wat gedateerd en typisch Amerikaans, maar bevat wel een kern van waarheid. Goed om daarbij even stil te staan. Aan de andere kant worden klanten steeds veeleisender en dan is de tip goed om alleen dat te beloven wat je kunt waarmaken.

maandag, december 07, 2009

Optimist of pessimist?

Ben je een optimist of een pessimist? Voor mij hangt het ervan af: in een omgeving met vooral pessimisten ben ik optimist en in een omgeving met vooral optimisten ben ik pessimist. Het laatste nummer van Filosofie Magazine van dit jaar is op een aardige manier aan deze vraag gewijd. Je kunt aan de voorkant beginnen, maar ook aan de achterkant - met een eigen paginanummering. Ik begon aan de kant met de sleutels (voor de optimisten dus en niet de kant met het slot).

Enkele bijdragen spraken mij wel aan, bijvoorbeeld uit een lezersbijdrage: "Geloven of denken te weten dat het goed zal aflopen zoals de optimist doet, of juist niet zoals de pessimist, is dwaas. Want het leven is niet maakbaar en loopt meestal anders dan je denkt. Niemand is altijd gelukkig en het lot kan je verschrikkelijk te pakken nemen. Maar waarom zou je daarop vooruit lopen?"

In een ander artikel wordt gewezen op het realistisch optimisme van de door mij zeer gewaardeerde wetenschapsfilosoof Popper: "Een optimisme van piecemeal social engineering. Geen blauwdruk, maar kleine, pragmatische stapjes vooruit, kijkend naar wat in de praktijk haalbaar is, en met het besef dat jouw idealen nooit boven open, democratische procedures kunnen worden gesteld - omdat die idealen te allen tijde moeten kunnen worden weerlegd." Dat is iets waaraan ik ook in mijn werk invulling probeer te geven.

maandag, november 30, 2009

Crisis

Het moest er van komen: ook op mijn weblog een bericht n.a.v. de 'crisis', vooral ook omdat de media er vol van zijn. Het oktobernummer van het maandblad Informatie had als thema 'Crisis' met daarin een aantal aardige bijdragen. De crisis is in elk geval ergens goed voor. Iedere organisatie en ieder organisatieonderdeel moet zich afvragen: Waarom doen wij wat wij doen en kan dat niet efficiënter? Ook automatiseringsafdelingen moeten duidelijk maken dat niet meer alles kan (the sky is dus niet the limit). Bovendien moeten automatiseringsafdelingen nog meer aan de business (de vraagzijde) duidelijk maken dat daar het initiatief ligt.

Het meest interessante artikel was 'Effectieve sturing op IT-kosten' van een groep consultants van Nolan, Nortan & Co. Het gaat in dat artikel weliswaar over de financiële sector, maar naar mijn mening zijn de inzichten breder inzetbaar. De auteurs presenteren een eenvoudig stappenplan:
  1. Definiëren van heldere IT-producten en -diensten
  2. Bepalen van heldere tarifering van IT-producten en -diensten
  3. Realiseren van transparantie in afname van IT-producten en -diensten
  4. Realiseren van effectieve sturing op IT-kosten
Die laatste stap kan uitgevoerd worden door te sturen op de kosten per eenheid (goedkopere producten, standaardisatie, optimaliseren van processen), op het volume (minder afname door de business) en op het assortiment (reduceren van aantal applicaties). Geruststellend is dat in de slotparagraaf gesteld wordt dat nog weinig ondernemingen het vraagstuk van IT-kosten onder controle hebben. Toch zijn steeds meer organisaties hier mee bezig. "Het realiseren van effectieve IT-kostensturing blijkt in de praktijk echter geen eenvoudig project."

woensdag, november 18, 2009

Darwin en het Internet

Met zo'n titel scoor je natuurlijk wel. Het is de titel van de inaugurele rede van G. van Oortmerssen als bijzonder hoogleraar in 'De evolutie van Internet' aan de Universiteit van Tilburg. De tekst laat zich vrij gemakkelijk lezen en geeft een goed beeld van de ontwikkeling van het internet en de ontwikkelingen die daarmee gepaard gaan. Terecht begint de rede met: "We leven in een buitengewoon fascinerende tijd. We zitten midden in een revolutie. Een technologische revolutie die zijn invloed doet gelden op alle terreinen van het leven."

De rede loopt uit op het in elkaar schuiven van de doorgaande ontwikkeling van het internet en de evolutie van het leven. Bij de analyse van de ontwikkeling van ICT gebruikt de auteur drie begrippen: compressie, connectiviteit en complexiteit. Het gaat dan resp. over de miniaturisering van de techniek (wet van Moore), de toenemende verbondenheid in hybride netwerken en de toenemende ingewikkeldheid van ICT. De complexiteit verbindt de auteur tamelijk snel met begrippen als zelforganisatie en emergent gedrag, begrippen die in de evolutietheorie ook een rol spelen. In de visie van de auteur gaat de relatie tussen internet en evolutie verder dan een analogie. Internet is volgens hem de voortzetting van de evolutie, een volgende stap in de geschiedenis van de wereld.

Ik vind het fascinerend dat mensen een dergelijke visie hebben. Overigens wel vreemd dat hij totaal niet verwijst naar bijvoorbeeld Jos de Mul en het transhumanisme, maar dat terzijde. In de inaugurele rede komt meer dan eens voor dat het voorspellen van de toekomst een hachelijke zaak is. Bovendien had ik altijd begrepen dat evolutie niet doelgericht is. Aan het einde van de rede doet de auteur toch zijn best om inspanningen op het gebied van ICT-onderzoek op te voeren (uiteraard in zijn rol als directeur ICTregie) en invloed op de toekomst uit te oefenen. Het is volgens hem zelfs onvermijdelijk om ethische vragen te adresseren. Daar wringt volgens mij iets. Óf je gelooft dat de mens op gegeven moment voorbijgestreefd wordt door de techniek als nieuwe 'soort' in de terminologie van Darwin. óf je gelooft dat de techniek altijd een hulpmiddel blijft dat de mens ten dienste staat. In het laatste geval is investeren in ICT-onderzoek (en beantwoorden van ethische vragen) zeker gewenst, in het laatste geval zou ik de 'natuur' gewoon zijn werk laten doen.

dinsdag, november 10, 2009

Informatiestrategie

Vanuit zowel primaire als secundaire processen zou meer aandacht besteed kunnen worden aan de afhankelijkheid van informatie en informatievoorziening. Volgens mij wordt vaak te gemakkelijk en te snel naar 'de winkel' gegaan voor een 'kant en klaar product'. Of erger nog: er wordt in eigen beheer iets ontwikkeld, liefst iteratief, want dan hoeft vooraf niet al te veel nagedacht te worden. In het maandblad Informatie (51(9):30-35) stond een heel helder artikel over de waarde van een informatiestrategie.

"Om te kunnen bepalen waar, hoe en tegen welke prijs informatie en informatietechnologie de businessstrategie kunnen ondersteunen, moet een informatiestrategie worden toegepast." Informatie is een asset, net als geld, mensen, gebouwen, enz. "Informatiemanagement verdient een plaats in alle bedrijfsfuncties." Het gaat er bij een informatiestrategie om te evolueren van de bestaande naar de gewenste informatiearchitectuur. In de informatiearchitectuur gaat het om de samenhang tussen de bedrijfsprocessen, de applicaties en de technologie. "Een coherente informatiearchitectuur is het middel bij uitstek om de informatiestrategie succesvol toe te passen."

De titel van het artikel luidt: 'Informatiearchitectuur is geen voorbijgaande trend', maar het is ook zeker nog geen vanzelfsprekendheid.

maandag, november 02, 2009

Informatie en kennis?

Al geruime tijd lag er op mijn bureau het boek Omzien naar de toekomst. Jaarboek ICT en samenleving 2008-2009, verschenen eind 2008 bij Media Update onder redactie van Valerie Frissen en Jop Esmeijer. In deze bundel schreef Corien Prins een hoofdstuk met de titel 'Informatie: what's in a name?' Informatie is een diffuus begrip maar vertegenwoordigt volgens haar wel "een macht die allesbepalend lijkt te zijn voor de wijze waarop mensen zich in deze samenleving tot elkaar kunnen, zullen en moeten gaan verhouden" (51). Er komen steeds meer gegevens beschikbaar en vooralhet combineren van gegevens biedt veel mogelijkheden. Maar uiteraard ook veel risico's. Willen we zelf wel zoveel weten en willen we dat anderen zoveel over ons weten? En, weten we wel zeker wat we denken te weten? In het hoofdstuk van Prins is ook aandacht voor vraagstukken als het eigendom van informatie, informatiebeveiliging en digitale duurzaamheid. Het lijkt fantastisch, een informatiemaatschappij, maar het is ook enorm kwetsbaar. In een ander hoofdstuk wordt gesproken over de trend van toenemende controle en registratie. We leven steeds meer in een 'infocratie'.

Een ander interessant hoofdstuk is van José van Dijck. De titel luidt 'De googlisering van de kennissamenleving'. Enkele citaten: "De scholier, student of wetenschapper die kennis vergaart, vertrouwt blindelings op zijn gereedschap. (...) Maar waar we nauwelijks bij stilstaan is dat zoek- en opslagsystemen, zoals die van Google, allesbehalve neutrale stukken gereedschap zijn. Kennis wordt niet zomaar gemedieerd door ICT, het wordt grotendeels geconstrueerd door digitale technieken." (85, 87) Ze stelt ook het solistische aspect aan de orde: "Kennis maken is een collectief proces, maar een zoekmachine die dat proces juist ondoorzichtig maakt, onttrekt zich aan de belangrijkste wetten van de kennisproductie: wetenschappelijke kennis moet altijd controleerbaar en verifieerbaar zijn. (...) Het geleidelijke proces van data omzetten in informatie, het contextualiseren van informatie zodat kennis ontstaat, en het leren wegen van kennis waardoor wijsheid de kans krijgt om te groeien, is niet vanzelfsprekend in de Google-samenleving. (...) Het leren kritisch analyseren van de informatiesystemen waarmee kennis geproduceerd wordt, is een essentiële schakel tussen kennis en wijsheid." (95, 97) Waarvan akte.

(Overigens is deze weblog wel gefabriceerd met Google-technologie.)

donderdag, oktober 29, 2009

Business Process Management

Gisteren was ik bij een Ronde Tafel Conferentie over Business Process Management (BPM), georganiseerd door Bisnez Management. De tafel was overigens zoals gebruikelijk bij dit soort bijeenkomsten niet rond. Ik was uitgenodigd omdat ik had meegedaan aan een onderzoek naar de volwassenheid van BPM in Nederland. De deelnemers waren redelijk verdeeld over publieke en private sector en de verschillende functiegebieden. Tijdens de bijeenkomst werden de eerste resultaten van het onderzoek besproken.

Voor BPM zijn verschillende definities in de omloop. Voor het onderzoek werd uitgegaan van drie aspecten: 1) Strategie is startpunt bij het inrichten van processen; 2) Het gaat om integraal procesdenken, in termen van a) keten van activiteiten, b) besturing en beheersing, c) organisatie- en informatiestructuur; 3) Continu meten en verbeteren. In het onderzoek (met ca. 100 respondenten) viel o.m. op dat Nederlandse organisaties zich bevinden op het kantelpunt van decentraal naar centraal procesmanagement.

Zo'n bijeenkomst helpt mij altijd wel weer om een thema als procesdenken te koppelen aan ontwikkelingen in mijn eigen organisatie. Vooraf was mij wel duidelijk dat het hoogste niveau van volwassenheid voor wat betreft BPM helemaal niet realistisch is voor de KNAW en dat het gebruiken van BPM tools al helemaal niet aan de orde is. Tijdens de bijeenkomst werd mij duidelijk dat toch eerst bekend moet zijn welk probleem opgelost moet worden, gekoppeld aan de vraag of BPM daar wel het antwoord op is. Het lijkt voor de hand te liggen dat BPM vooral een bijdrage kan leveren aan verbeteren van efficiëntie en betrouwbaarheid en bij risicobeheersing. De definitieve resultaten worden binnenkort breder bekend gemaakt. Bovendien verschijnt hierover in januari 2010 een boek.

vrijdag, oktober 23, 2009

Ambtenaar 2.0

Hoewel ik formeel geen ambtenaar ben, voel ik me wel thuis in de publieke sector. Daarom was ik ook geïnteresseerd in het boek Ambtenaar 2.0 dat al weer enige tijd geleden onder mijn neus werd gedrukt (er is al weer een vervolgboek in de maak). De auteur, Davied van Berlo, geeft in de eerste vier hoofdstukken een toegankelijke introductie op de ontwikkeling van de internetsamenleving. Daarna werkt hij in een drietal hoofdstukken de gevolgen van web 2.0 voor de overheid uit: 1) de relatie tussen burger en overheid; 2) de interne organisatie van de overheid; 3) de manier van werken van de ambtenaar. Volgens de auteur moet de overheid wel mee met web 2.0. “Naarmate de maatschappij meer gaat werken volgens de principes van web 2.0 zal de verwachting groter worden dat de overheid ook op die manier gaat werken.”

Het boek was voor mij extra interessant omdat we bij de KNAW een nieuwe website gaan ontwikkelen. Wat ik in ieder geval van het boek vasthoud is dat we niet per se alle innovaties hoeven te adopteren, wel moeten we alle informatie die we hebben in een open format beschikbaar stellen. Dat de interne organisatie vervolgens ook moet veranderen, is me duidelijk. Of ik dan zelf ook aan de slag moet als ‘manager 2.0’ (p. 70) weet ik nog niet helemaal. Voorlopig houd ik het er maar op dat doelen stellen belangrijk is (en blijft) en dat de manier waarop resultaten bereikt worden (al dan niet web 2.0) er minder toe doet.

vrijdag, oktober 16, 2009

Accelerating Scientific Innovation

Vandaag kreeg ik een nog te verschijnen column onder ogen van een vice president van Elsevier. De titel van de column: Accelerating Scientific Innovation through Open Data. De laatste tijd ben ik weer wat meer betrokken bij de bewegingen rondom open access en digitale duurzaamheid en wat mij opvalt is dat er soms nogal naïef gedacht wordt. Neem bijvoorbeeld dit citaat: "As research becomes increasingly multidisciplinary and collaborative, the availability of raw data will emerge as a crucial component in fostering scientific discovery." Kennelijk willen uitgevers als Elsevier zich ook op het terrein van onderzoeksdata begeven, onder het mom van accelerating scientific innovation.

Toch denken ik dat hier sprake is van wishful thinking. Je kunt onderzoeksdata wel beschikbaar stellen en je kunt de onderzoeksdata ook nog onderling koppelen, maar verkrijgbaarheid impliceert nog niet altijd bruikbaarheid voor derden. Daar komt nog iets bij. Daar waar in de wetenschap al sprake is van samenwerking hoeven we hergebruik van data niet te promoten en waar geen hergebruik plaatsvindt zal het ook niet snel gebeuren. Een professional is autonoom – of dat nu een consultant, een docent of een wetenschapper is – en zal niet snel tot hergebruik te verleiden zijn.

Bovendien geldt voor het open beschikbaar stellen van onderzoeksdata nog dat het soms niet gewenst is vanwege gevoeligheid voor privacy dan wel concurrentie tussen onderzoekers. Ik ben erg voor vrije toegang tot onderzoeksresultaten - en wel zo spoedig mogelijk, maar de vrije toegang tot onderzoeksdata vraagt een nadere bezinning.

maandag, oktober 12, 2009

Vertrouwen in de informatiesamenleving

Denktank ECP-EPN heeft onlangs een roadmap Vertrouwen in de informatiesamenleving uitgebracht. Nu heb ik zowel interesse voor het begrip ‘vertrouwen’ (zeker in tijden van crisis) als in de informatiesamenleving en dus was ik ook geïnteresseerd in de roadmap. In deze roadmap ligt de nadruk op de maatschappelijke en sociale randvoorwaarden die spelen bij de omgang met ICT. Uitgangspunten zijn: 1) het waarborgen van een aantal fundamentele waarden en normen in een elektronische omgeving en 2) het faciliteren van het elektronisch verkeer.

“Door de toenemende complexiteit van technologieën wordt het voor de gebruikers steeds moeilijker om te bepalen hoe een systeem werkt en of de ‘output’ van het systeem wel correct is. Ook wordt het steeds moeilijker om te bepalen of een systeem veilig werkt en binnen het systeem verwerkte informatievertrouwelijk blijft.” De trends in ICT en maatschappij maken het er niet gemakkelijker op: convergentie van infrastructuren, alomtegenwoordigheid en beschikbaarheid van ICT, versmelting van fysieke en virtuele werelden, veranderende rollen van gebruikers en aanbieders, kunstmatige intelligentie.

Uit de roadmap is mij wel duidelijk geworden dat beslissers bij ontwikkeling of selectie en implementatie van informatiesystemen ernstig rekening moeten houden met vraagstukken rondom identiteit en privacy, intellectueel eigendom en elektronische handel. “Het ontwerp en uiteindelijk de bouw van een informatiesysteem bepaalt wat er wel en niet mogelijk is met het systeem. Dit betekent ook dat waardeoordelen impliciet of expliciet in de architectuur van een informatiesysteem vastgelegd kunnen (en moeten) worden.” Maar meer nog zal de consument (de gebruiker) zich goed moeten laten informeren. “Een grenzeloos geloof in het kunnen van de techniek is niet alleen naïef, het is ook gevaarlijk.”

maandag, oktober 05, 2009

Een gevoel van urgentie

In de afgelopen week heb ik Een gevoel van urgentie! (Amsterdam: Business Contact, 2008) van John Kotter uitgelezen. Het boekje telt 175 pagina’s, leest gemakkelijk en heeft een aanlokkelijke ondertitel: Hoe krijg je mensen in beweging om succesvol te veranderen? Door de auteur worden vier tactieken aangedragen:

  1. Haal de buitenwereld binnen
  2. Handel elke dag vanuit urgentie
  3. Zie crises als een kans
  4. Reken af met de NeeNees (de tegenstanders van iedere verandering)

In het boekje wordt vooral afgerekend met de gevaren van zelfgenoegzaamheid. Bovendien wordt duidelijk gemaakt dat stilzitten in deze snel veranderende eeuw toch echt niet meer kan. En ook dat urgentie niet blijkt uit papier of woorden, maar uit daden. Misschien ben ik zelf nog wel van de generatie die alles wil, maar moet ik toegeven dat niet alles kan en dat ik me elke dag dus moet richten op de echt urgente dingen, ook in de aansturing van medewerkers. Kortom, het boek is een aanrader.

woensdag, september 30, 2009

Meer dan ICT

Voor veel mensen is ICT iets moeilijks en vooral erg technisch. Dan is het ook moeilijk om uit te leggen waar mijn afdeling I&A (informatisering & automatisering) nu over gaat. Volgens mij is I&A meer dan ICT en het wordt alleen maar belangrijker om in te zien dat er een stap van informatisering (de conceptuele kant) voorafgaat aan automatisering (de technische realisatie). Het begrip CIO (chief information officier) kan helpen om dat duidelijk te maken. De CIO is steeds meer in opkomst, naast de al meer bekende CEO en CFO.

Al enige tijd is er een onderzoeksrapport van IBM beschikbaar over ‘The New Voice of the CIO’. De CIO moet steeds meer een brug slaan tussen de verschillende ontwikkelingen in een organisatie. “Succesfull CIOs are much more actively engaged in setting strategy, enabling flexibility and change, and solving business problems, not just IT problems”.

Dat levert nogal eens spanningsvelden: “CIOs universally acknowledge that some of their most important objectives too often seem to clash: How can we support the introduction of new services while avoiding the disruption of existing services? How can I reduce costs while improving services? How will I balance the need to influence business strategy with the need to provide top-notch IT support?”

In feite is een goede CIO in staat om zes (soms tegenstrijdige) rollen tegelijkertijd te spelen:

  • An Insightful Visionary and an Able Pragmatist
  • A Savvy Value Creator and a Relentless Cost Cutter
  • A Collaborative Business Leader and an Inspiring IT Manager

Het is dit keer wel veel Engels, maar ik kan het zelf niet mooier zeggen. En het drukt wel heel aardig uit waarom ik mijn huidige werk zo uitdagend vind (ook al is het soms wel lastig om uit te leggen wat je nu precies doet).

dinsdag, september 22, 2009

Informatiebeveiliging

Het is goed om geregeld bepaald te worden bij de noodzaak van informatiebeveiliging. Bij de KNAW zijn we daar nu actief mee bezig door o.m. een peiling van het bewustzijn onder de medewerkers m.b.t. beveiliging van de informatievoorziening. In het maandblad Informatie van september 2009 werd mijn aandacht getrokken door een openhartig artikel van het bestuur van het Ngi over het hacken van hun website en een artikel over de beveiligingsrisico’s bij thuiswerken. Eigenlijk zou iedere website ontwikkelaar en/of thuiswerker dit soort artikelen moeten lezen. Helaas wordt informatiebeveiliging vaak gerekend tot de exclusieve verantwoordelijkheid van een ICT-afdeling.

Behalve dat medewerkers hun eigen verantwoordelijkheid op het gebied van veiligheid onvoldoende serieus nemen is er ook nog sprake van een ‘moving target’. In het inleidende stuk op de artikelen in het themadeel staat daarover: “Wie nu een securitystrategie definieert weet één ding zeker: binnen een jaar zijn de plannen ingehaald door nieuwe ontwikkelingen. Misschien zelfs sneller. Security is daarom hoe dan ook een zaak van bijblijven.” En dus niet alleen voor de ICT-afdeling.

vrijdag, september 18, 2009

Werkconferentie NCDD

Vandaag was ik heel de dag aanwezig bij de werkconferentie van de Nationale Coalitie Digitale Duurzaamheid (NCDD). Het was niet een kwestie van stilzitten, want ik mocht van twee parallelsessie verslag leggen en daarover plenair rapporteren, meedoen aan het afsluitende paneldebat en in de lunchpauze was er nog een ingelaste vergadering van het Algemeen Bestuur van de NCDD. Binnenkort zal op de weblog van de coördinator van de NCDD wel een verslag staan van de werkconferentie.

Tijdens de werkconferentie stond de uitgevoerde nationale verkenning naar digitale duurzaamheid centraal. Daar zat voor mij weinig nieuws aan. De ingehuurde Amerikaanse spreekster had wel een aardig verhaal, maar de situatie in Amerika is niet goed vergelijkbaar met de situatie in Nederland. In de interactieve gedeelten zijn mij wel enkele zaken opgevallen: 1) er is dus echt geen eenduidige aanpak voor de sectoren overheid, wetenschap en cultuur; 2) bewustwording van de achterliggende problematiek is essentieel, vooral omdat tot op heden de discussies gevoerd zijn met een binnenkring; 3) de ‘stok’ werkt misschien wel beter dan de ‘wortel’.

Toevallig (of niet) las ik in de trein onderweg naar de werkconferentie een artikel ‘Tien valkuilen voor business cases’ in het blad IT-executive (8 september 2009). Volgens mij is het wel mogelijk om de business case achter digitale duurzaamheid sluitend te krijgen, maar de vraag is dan natuurlijk waarom het niet vanzelf gebeurt. En dan komen we gelijk al bij de eerste valkuil: het gaat niet om de oplossing, maar wordt de achterliggende vraag wel gedeeld? Bewustwording dus. Het is niet direct in het belang van de informatieproducent om de informatie duurzaam op te slaan (valkuil 3 uit het artikel). En, hoe kun je de baten van digitale duurzaamheid goed berekenen en verzilveren (valkuil 4)? Volgens mij kan voor ieder bestuurlijk probleem de business case van stal gehaald worden.

donderdag, september 10, 2009

European Research Area

De Europese Commissie wil met de European Research Area (ERA) nationale en Europese onderzoeksprogramma’s optimaal op elkaar afstemmen. Het gebundelde onderzoek maakt het mogelijk een goede internationale kennis- en concurrentiepositie op te bouwen. Daarvoor wordt door de European Science Foundation (ESF) en de Heads of European Research Councils (EUROHORCS, waaronder vanuit Nederland de NWO) een road map opgesteld. In hun visie worden tien vereisten voor zo’n ERA voorgesteld. Zelf was ik voornamelijk benieuwd naar de eis van “open access to the output of publicly funded research and permanent access to primary quality-assured research data”, vooral ook omdat de ideeën daarachter door velen wel gedragen worden, maar de realisatie daarvan niet eenvoudig blijkt.

Het was mij wel duidelijk dat er een gemeenschappelijk beleid nodig is, liefst op internationale schaal, en dat het weinig zin heeft om als onderzoeksorganisatie alleen stappen te ondernemen. In de road map van ESF en EUROHORCS worden onder meer de volgende elementen voor een gemeenschappelijk beleid voorgesteld:
  • Aansluiten bij de Berlin Declaration on Open Access
  • Opnemen van verplichtingen m.b.t. open access in subsidievoorwaarden, inclusief het verbieden van het afstaan van copyright
  • Het publicatiesysteem laten transformeren naar een author- of institution-paid model
  • Het formuleren van standaards en richtlijnen voor good practices
Verder moet er natuurlijk een infrastructuur voor open access worden gecreëerd, zowel in technisch opzicht (repositories) als in financieel opzicht (andere manier van kostenverdeling). Ook moet aan bewustwording gedaan worden bij onderzoekers en bestuurders. Duurzame opslag moet in dit alles meegenomen worden.

maandag, september 07, 2009

Open access en boeken

Sinds de zomervakantie zit ik weer volop in het debat over open access. Ik mag de KNAW vertegenwoordigen bij een werkgroep voor een notitie Wetenschappelijke Informatievoorziening van het Ministerie van OC&W. In de herfstvakantie is er een nationale open access week en vorige week had ik een overleg over een pilot met open access voor academische boeken. In de open access beweging gaat het eigenlijk vooral over wetenschappelijke tijdschriften. Misschien wordt de aandacht voor boeken nu wel versterkt door de activiteiten van Google e.a. op dit gebied en de opkomst van geschikte apparaten om e-books te lezen. Volgend jaar schijnt de doorbraak van de e-book reader te zijn, las ik ergens afgelopen weekend.

Op het internet trof ik een informatief artikel van Saskia de Vries, directeur van de AUP: ‘De toekomst van de monografie in een digitaal tijdperk’, een hoofdstuk uit het 14e Jaarboek voor Nederlandse boekgeschiedenis (2007). Computers blijken “het tot dusverre af te leggen tegen de buitengewoon effectieve leesmachine die het boek al eeuwen is”. In de afsluiting van dit artikel wordt gesteld dat het “vandaag de dag nog niet duidelijk [is] waar het met de wetenschappelijke informatievoorziening in bredere zin naartoe gaat”. Wel wordt toegegeven dat de gedrukte monografie verder zal marginaliseren, maar dat verondersteld mag worden dat “het boek via nieuwe technieken als POD op een heel nieuwe manier in leven zal blijven”.

zondag, september 06, 2009

Zelfkennis

Als filosoof ben ik ook altijd geïnteresseerd geweest in psychologie en sociologie. En dat komt in het werk van een leidinggevende altijd van pas. Dit weekend werd mijn aandacht getrokken door een artikel over zelfkennis in Filosofie Magazine (2009/7).

Een gezonde zelfreflectie is goed, maar al te diep in jezelf duiken brengt je vaak niet verder. “Zelfkennis is juist inzicht in de manier waarop anderen jou mede hebben gemaakt tot wie jij bent.” Belangrijk is hier natuurlijk het woordje “mede”, want het is natuurlijk niet zo dat je leven puur van andere afhangt (vergelijk het bekende nature-nurture debat). Je hebt ook nog je eigen talenten en ontwikkeling, maar in deze – soms wel erg individualistische – tijd kan het geen kwaad te beseffen dat je verbonden bent met anderen, met de wereld om je heen.

Juist de economische en financiële crisis laat zien dat een cultuur van ‘ieder voor zich’ zijn schaduwzijden heeft. Maar het is toevallig wel de cultuur waarin we leven en, helaas, een cultuur verander je niet zomaar.

zaterdag, augustus 29, 2009

Professionals en hun leidinggevenden

In het blad Overheidsmanagement (juli/augustus 2009) las ik een interessant artikel over het samenspel tussen professionals en hun leidinggevenden. Dat schijnt een hot item te zijn. Volgens het Managementboek van 2008 moet je vooral geen leiding geven aan professionals. In het genoemde artikel wordt gelijk in het begin al aangegeven dat het om complementaire gebieden gaat: vakmanschap (professionals) en afstemming (leidinggevenden). “Pas wanneer beide partijen ieder hun eigen aandeel goed verzorgen, wordt het gehele werkveld gedekt, zodat de optimale kwaliteit kan ontstaan. (…) Problemen ontstaan wanneer de een zich begeeft op het terrein van de ander. Of wanneer een bepaald deelgebied helemaal niet wordt gedekt.”

De auteurs van het artikel zoeken de oplossing uiteraard in de dialoog en begrip voor elkaars ‘denklijnen’: hoe komt iemand van bepaalde waarden die hij/zij als uitgangspunt hanteert, tot het realiseren van een werkopdracht? Een punt dat mij persoonlijk steeds meer opvalt, is de scope waarbinnen iemand denkt en werkt. Gaat het de persoon vooral om de eigen situatie, het afdelingsniveau, de gehele organisatie of is er zelfs sprake van maatschappelijke gedrevenheid? Denkt iemand vooral in het hier en nu, of denkt iemand ook nog eens vooruit en kijkt iemand wel om zich heen?

In het artikel wordt onderscheid gemaakt tussen drie dimensies: de taakopdracht (uniform of diversiteit), teamverband (solitair of samenwerking) en de organisatiecultuur (kwaliteitgericht of klantgericht). Zo komen de auteurs tot acht typologieën met kenmerkende rolcompetenties. Iemand die bijvoorbeeld een taak heeft in een ambigue omgeving (diversiteit), waarbij samenwerking met anderen noodzakelijk is in een cultuur die gericht is op de externe omgeving (klantgericht) heeft als kenmerkende rolcompetentie: vakmanschap, netwerker. In een publicatie op internet hebben de auteurs dit verder uitgewerkt. Een aardig model voor iedereen in de organisatie om zo af en toe eens op te reflecteren.