woensdag, juli 30, 2008

Beleidsuitdagingen van e-science

In de AWT-nieuwsbrief van juli 2008 wordt verslag gedaan van een bijeenkomst van de AWT en het Rathenau Instituut over de beleidsuitdagingen van e-science. Zelf heb ik nog een bijdrage geleverd aan de opstart van het adviestraject van de AWT, maar ik kon helaas niet bij de bijeenkomst zijn.

"Het is duidelijk dat e-science de wetenschap gaat veranderen, alfa, bèta én gamma. Daarnaast is e-science zelf meer en meer een wetenschap." Aldus Joop Sistermans in zijn 'Van de voorzitter'. Inderdaad komen er door ICT nieuwe mogelijkheden beschikbaar voor de wetenschap: de manier waarop en de mate waarin onderzoeksgegevens bestudeerd kunnen worden, de mogelijkheden om wereldwijd samen te werken en nieuwe manieren waarop oude en nieuwe inzichten gedeeld kunnen worden. Toch ben ik het eens met Paul Wouters dat "e-science niet zozeer een nieuwe vorm van wetenschap [is], maar een aanvulling op bestaande onderzoeksmethoden, die heel succesvol kan zijn als men er zorgvuldig mee omgaat".

De AWT buigt zich momenteel over de vraag wat de overheid met de opkomst van e-science aanmoet. Ik ben heel benieuwd naar het advies dat dit najaar verschijnt. Het lijkt er nu in elk geval op dat de bal - teleurstellend - volledig bij de universiteiten en onderzoekers gelegd wordt.

vrijdag, juli 25, 2008

Het einde van de theorie?

In NRC Handelsblad van 24 juli 2008 stond op de voorpagina (komkommertijd!) een opvallende bijdrage met de kop: Een mooie theorie hoeft in de wetenschap niet meer. De bijdrage werd vervolgd op de pagina Wetenschap met als kop: Welkom in de tijd van de 'petabytes'. De redacteur haakte in op uitspraken van wetenschaps- en internetjournalist Chris Anderson in het technologieblad Wired.

Het idee is dat we in het computertijdperk veel meer data kunnen verzamelen en verwerken (petabytes = miljoenen gigabytes) en dat er dan geen sprake meer is van klassieke theorievorming (hypothese vormen, model maken, model toetsen e.d.), maar van patroonherkenning in de overvloed aan data. Volgens Anderson zouden onderzoekers eerst wiskundige analyses op de gevonden data moeten loslaten en daar vervolgens pas een passende context bij zoeken.

Het kan natuurlijk zijn dat ik het verkeerd begrepen heb, maar ik heb niet het idee dat hiermee geen theorieën en modellen meer nodig zijn. Een ontdekt patroon in een grote hoeveelheid data vraagt toch nog steeds om een model en een theorie, om een verklaring waarom het patroon is zoals het lijkt te zijn? En heeft Anderson dan niet in de gaten dat tussen de opgeslagen data en de werkelijkheid waar deze data betrekking op hebben, nog een wereld ligt die om interpretatie en om verklaring vraagt?

Voor het einde van de theorie ben ik niet bang. Wel voor het verdwijnen van de interesse voor een theorie. Het lijkt een beetje als het blind vertrouwen op opiniepeilingen en statistieken. Als dat de waarheid zou zijn ... Ook dacht ik terug aan mijn afstudeerscriptie voor filosofie: volgens mij wordt in het computertijdperk de wetenschap niet fundamenteel anders.

woensdag, juli 16, 2008

Informatiebeleid

In deze zomerperiode - komkommertijd voor kranten en tijdschriften - houd ik me bezig met de begroting 2009-2012, integratie van ICT-dienstverlening binnen de KNAW, opstellen van informatiebeleid, pakketselectie voor relatiebeheer en het vervullen van vacatures binnen de afdeling, in de hoop zelf in augustus er even tussenuit te kunnen. Ik kom er steeds meer achter dat de kern van dit alles informatiebeleid is en dat ik daar onvoldoende tijd voor heb of neem.

Waarom is beleid vaak niet in trek? Omdat er dan vooruitgedacht moet worden? Omdat het een beknotting van vrijheden kan betekenen? Omdat het simpelweg niet nodig is? Beleid maken vergt het hebben van inzicht en overzicht, weten hoe een en ander met elkaar samenhangt, weten wat er nodig is en waar het naar toe moet, afspraken en keuzes maken.

Informatiebeleid betreft de wereld van informatievoorziening en informatiesystemen - het gebied tussen de bedrijfsprocessen en de technische infrastructuur - en de organisatie daarvan. Informatiebeleid is nodig om keuzes te kunnen maken inzake informatiesystemen en ook voor het digitaliseren, duurzaam archiveren en beveiligen van informatie. Zonder (expliciet) informatiebeleid is iedere investering in ICT een gok en dus een risico.

dinsdag, juli 08, 2008

Focus op energie besparen en duurzaamheid

Het vakblad IT Executive had onlangs een themabijlage over energie besparen en duurzaamheid. Duurzaam ondernemen staat op de agenda van veel ondernemingen en het valt op dat milieucriteria ook meer in beeld komen bij beslissingen over IT. Door een grotere inzet van IT stijgt de energiebehoefte en bovendien stijgen de kosten van energie zelf ook. Door IT efficiënter in te zetten zijn grote kostenbesparingen te realiseren. Volgens Gartner wordt 2% van de wereldwijde uitstoot vn CO2 veroorzaakt door IT.

Enkele maatregelen die in de themabijlage naar voren komen:
  • Consolideren en virtualiseren van applicaties, opslag en servers
  • Niet gebruiken van wat je niet nodig hebt (bijv. uitzetten van computers na gebruik)
  • IT inzetten om op andere milieubelastende uitgaven te besparen (bijv. reiskostenn voorkomen door videoconferencing)
  • Hergebruik of milieuvriendelijk afvoeren van hardware
Het fenomeen Greening the enterprise kan pas echt goed gestalte krijgen als het op het hoogste niveau in de organisatie aandacht krijgt. Immers, besparingen op het groene vlak kunnen alleen gehaald worden als niet alleen vanuit de IT maar ook door beslissers en eindgebruikers actief geparticipeerd wordt. En, de kosten en baten van al dan niet mileuvriendelijk beleid liggen vaak bij verschillende partijen: energiekosten, IT-kosten en reiskosten worden doorgaans niet op dezelfde kostenplaats geboekt.

donderdag, juli 03, 2008

Goed opdrachtgeverschap

Geregeld merk ik in mijn werk hoe belangrijk goed opdrachtgeverschap is voor een goede werking van geautomatiseerde informatievoorziening. Opdrachtgevers zijn zich niet altijd bewust van hun rol en verantwoordelijkheid in het geheel. Automatiseerders zijn daar echter wel afhankelijk van. De analogie met computers dringt zich op: als de input niet goed is, dan moet je van de output ook niet al te veel verwachten.

De Algemene Rekenkamer heeft onlangs een onderzoek afgerond naar aanleiding van het falen van veel ICT-projecten bij de overheid. Naar aanleiding van de rapportage zegt hoogleraar bestuurlijke informatiekunde Piet Ribbers in NRC Handelsblad van 2 juli: “Er is te veel vertrouwen in het oplossend vermogen van ICT. (…) De meeste mensen hebben geen idee hoe ingewikkeld zulke projecten zijn. Het gaat om nieuwe technologieën en om complexe organisaties. Als je dat niet beseft, krijg je de tegenslagen waarvan we nu getuige zijn. Maar de beslissers denken vaak dat ICT een wondermiddel is om allerlei problemen snel op te lossen.”

In de Automatisering Gids van 27 juni staan enkele bijdragen naar aanleiding van een recent onderzoek naar het niveau van volwassenheid van ICT binnen Nederlandse bedrijven. Het blijkt dat “IT en business nog steeds niet op één lijn” zijn, oftewel er is een kloof tussen opdrachtgeverschap vanuit de functionele kant (de vraagzijde) en de uitvoering vanuit de ICT (aanbodzijde). De verbeteringen moeten volgens dat onderzoek van de vraagzijde komen. “Daar ontbreekt het aan procesmatig denken. Als de business niet in staat is om bedrijfsprocessen kritisch tegen het licht te houden en te optimaliseren, wat ik vrijwel overal tegenkom, kan IT ook niet veel uitrichten.”

Te vaak wordt een automatiseringsafdeling als lastig ervaren, te traag en te bureaucratisch, maar eigenlijk zouden opdrachtgevers naar aanleiding daarvan zich moeten afvragen of ze wel weten wat ze precies verwachten en of ze wel duidelijk genoeg geweest zijn.

vrijdag, juni 27, 2008

ICT-Agenda 2008-2011

Bij de voorbereiding van de ICT-agenda voor 2009-2011 voor de KNAW werd mijn aandacht getrokken door de ICT-Agenda 2008-2011 van het kabinet. "Het kabinet heeft de ambitie om Nederland in 2015 te doen behoren tot de koplopers in het beschikbaar zijn en het gebruik van ICT-toepassingen en nieuwe digitale dienstverleningsconcepten. Het fundament hiervoor wordt gelegd in de periode tot 2011. Van het grootste belang daarvoor is een bevolking die kan omgaan met digitale diensten, deze vertrouwt, waardeert en gebruikt om eigen welvaart en welzijn te bevorderen en daardoor bijdraagt aan duurzame economische groei." Aldus de aanbiedingsbrief van staatssecretaris Heemskerk.

Alhoewel de missie en de setting van de rijksoverheid en de KNAW sterk uiteenlopen, valt er toch wel wat te leren van de ICT-Agenda van het kabinet. Allereerst is het boeiend om op te merken dat ook het kabinet de gebruiker centraal wil stellen (uitgangspunt voor beleid) en tegelijkertijd beseft dat die gebruiker lang niet altijd voldoende vaardig is en verleid en gefaciliteerd moet worden om ICT te gebruiken. Een uitdagend spanningsveld.

Een tweede leerpunt voor mij is dat het toch niet zo gek is om meer te denken in termen van dienstverlening. In zekere zin verleent de KNAW immers ook diensten: aan de samenleving, aan de wetenschap en zeker ook aan de eigen medewerkers. Het is dan goed om gebruikers en hun behoeften centraal te stellen, maar het is nog niet eenvoudig om die behoeftes en de realiteitswaarde daarvan vast te stellen. Dat verdient de komende periode ruime aandacht.

Een ander leerpunt is om de komende periode toch meer de aandacht te richten op de ontwikkelingen in de ICT. Het kabinet noemt: convergentie van toepassingen, mensen zijn continu in verbinding, user generated content, collaborative creation, belang van kennis en vaardigheden in de digitale maatschappij en ten slotte virtuele identiteit, privacy en vertrouwen. In de afgelopen periode heb ik me noodgedwongen - meer reactief - beziggehouden met de projecten die nu eenmaal moesten gebeuren.

Tot slot nog enkele nuchtere constateringen uit de ICT-Agenda van het kabinet, die volgens mij de moeite zijn om nog maar eens genoemd te worden: 1) de digitalisering van de samenleving gaat toch wel door; 2) ICT brengt - soms onverwacht - veel nieuwe mogelijkheden; 3) vernieuwing brengt nu eenmaal risico's met zich mee.

woensdag, juni 18, 2008

Informatisering en automatisering

De naam van mijn afdeling (I&A) was er al voordat ik er ging werken. Zelf vind ik de naam goed gekozen, maar toch merk ik dat het niet altijd even gemakkelijk is om de nuances uit te leggen. Voor veel mensen is alles in deze hoek gewoon ICT. Binnen de afdeling zijn we op dit moment bezig met een project Globale informatieanalyse, dat moet leiden tot informatiebeleid voor de komende drie jaar. Dit project onderstreept volgens mij de afzonderlijk aandacht die nodig is voor informatisering, nog voordat je aan automatisering denkt. Ik werd daarin gesteund door een artikel dat ik tegen kwam op het internet: Korte inleiding in het informatiekundig denken.

In dat artikel wordt gesproken over het verschil tussen informatiekunde en ICT (tussen I en A, wat mij betreft). "Voor de ICT zijn dat de informatietechnologie en de toepassingen van informatietechnologie. Voor de informatiekunde is dat de wijze waarop mensen en organisaties met informatie omgaan, gebruik makend van de mogelijkheden van informatietechnologie". Hij somt een tiental tamelijk filosofische uitgangspunten op van het informatiekundigdenken, zoals "Objectieve waarnemingen en beschrijvingen van de werkelijkheid bestaan niet", "Het heeft geen zin om een deel van de informatievoorziening te beschouwen" en "Mensen laten zich niet programmeren zoals computers". Ook aardig was de typering van opdrachtgevers: zij hebben meestal vage beelden van wat zij willen en als het al concreet is, dan is dat meestal gebaserd op een concreet systeem.

Er zijn volgens het artikel drie belangrijke manieren van kijken in de informatiekunde: het syntheseparadigma (beschouw iets altijd als deel van een groter geheel), het afbeeldingsparadigma (informatievoorziening is altijd een afbeelding van de werkelijkheid), het taalparadigma (iedereen heeft een begrippenkader en definities van woorden om over de werkelijkheid te kunnen communiceren). Door hier aandacht voor te vragen ontstaat misschien wat meer begrip voor het onderscheiden belang van informatisering. Eerst denken en dan doen. Of misschien moet het gewoon wat vaker fout gaan.

vrijdag, juni 06, 2008

Hoger onderwijs in 2020

De platforms ICT & Onderwijs en ICT & Organisatie van SURFfoundation hebben het initiatief genomen om samen met hoger onderwijsinstellingen te werken aan de ontwikkeling van toekomstscenario’s voor het hoger onderwijs met als overkoepelend thema ‘De nieuwe leer- en werkomgeving voor studenten en docenten in 2020’. In enkele scenariosessies met diverse betrokkenen zijn de drijvende krachten geïnventariseerd die van invloed zijn op de toekomst van het hoger onderwijs in het algemeen en op de digitale leer- en werkomgeving van studenten en medewerkers in het bijzonder. Aan enkele 'experts' (waaronder ikzelf) is gevraagd om de scenario's te valideren.

Voor de validering van de scenario's waren 20 drijvende krachten geïdentificeerd, waarvan de experts moesten aangeven of ze herkenbaar waren en, zo ja, wat de richting zou worden en met welke voorspelbaarheid (schaal 1-10). Ik vond het een nuttige exercitie, ook omdat ik nu met een zekere afstand naar het hoger onderwijs kijk, vergeleken met mijn vorige functie bij de Hogeschool Utrecht. Het viel mij overigens op dat de drijvende krachten heel erg intern waren geformuleerd en niet in termen van ontwikkelingen in de samenleving en in de techniek.

maandag, juni 02, 2008

Open access beleid

Sinds ik bij de KNAW werk, word ik uitgedaagd om stelling te nemen in het debat over open access. Nu is een stelling innemen niet zo moeilijk. Open access (tot resultaten van wetenschappelijk onderzoek) lijkt mij een goede gedachte, alleen al omdat wetenschap een publieke aangelegenheid hoort te zijn, maar ook omdat veel wetenschappelijk onderzoek publiek gefinancierd wordt. En dat terwijl onderzoeksinstellingen nu veel kosten maken voor abonnementen op wetenschappelijke tijdschriften waar ze zelf aan bijdragen.

Moeilijker is het om aan te geven op welke manier je een bijdrage aan open access kunt leveren, als individu, als instelling of op (inter)nationaal niveau. Je kunt als onderzoeker natuurlijk wel je resultaten vrij toegankelijk op Internet plaatsen (of als instelling je onderzoekers daartoe verplichten), maar dan mis je wel het gezaghebbende podium van de toonaangevende tijdschriften. En daar hebben de grote uitgevers nu juist vaak een monopolie.

Nu zijn er al diverse pogingen om het uitgeversmonopolie te doorbreken: open access tijdschriften, nationale licenties en embargoperiodes. Maar het blijft toch een zeker risico, als het gaat om de verschuiving van kosten, maar ook voor wat betreft de zichtbaarheid bij de primaire doelgroep. Het heeft volgens mij geen enkele zin als individu of als instelling solistisch te opereren. Een aanpak minstens op nationaal niveau is nodig. Gelukkig zijn in Nederland SURFfoundation en UKB op dit terrein actief.

Via een nieuwsbrief van SURFfoundation kwam ik terecht bij Open doors and open minds: What faculty authors can do to ensure open acccess to their work through their institution, een white paper over de aanpak bij de Faculty of Arts and Sciences of Harvard University. Dit artikel maakt duidelijk dat je toch wat kunt doen op instellingsniveau en niet hoeft te wachten op initiatieven op nationaal niveau.

vrijdag, mei 23, 2008

Een project beëindigen?

Ik zal niet zeggen dat je nooit een project voortijdig moet beëindigen - soms is het zelfs tactisch om daarmee wel te dreigen. De manier waarop daarover echter in het maandblad Informatie (jaargang 50/4) wordt gesproken, komt me echter erg onwerkelijk over. Ik kan me daarbij alleen iets voorstellen als ik denk aan de commerciële achtergrond van de auteurs van het artikel 'Voorkom een valse start van een project' (p. 46-54). Als (gedelegeerd) opdrachtgever van veel projecten heb ik daar toch een andere kijk op.

De auteurs noemen verschillende redenen om een projectopdracht terug te geven (nog voordat een project gestart wordt dus): opleverdatum is niet haalbaar, budget is ontoereikend, onvoldoende mandaat of vaagheid bij de opdrachtgever. Redenen om een project voortijdig te beëindigen zijn volgens de auteurs: businesscase is niet meer valide of relevant, onvoldoende draagvlak voor het project, negatieve invloed van buitenaf, onvoldoende capaciteit, gebrek aan vertrouwen in het projectteam, uiteenlopende verwachtingen. Deze redenen zijn op zich wel relevant, maar impliceren niet dat je gelijk het bijltje neer moet gooien.

Volgens mij moet je een project alleen stoppen als er een zodanige verandering in de situatie is opgetreden dat verder gaan hoe dan ook zinloos is. De oorspronkelijke aanleiding of noodzaak van het project is dan in het geheel niet meer aanwezig. Alle andere redenen die een project in zwaar weer brengen, zijn wat mij betreft hooguit aanwijzingen om in de projectorganisatie, - doelen, -planning, -begroting wijzigingen aan te brengen. Misschien komt dat ook wel omdat ik ieder project tevens als een leertraject beschouw.

dinsdag, mei 20, 2008

Expliciet zijn

Terwijl ik over het algemeen behoorlijk expliciet kan zijn, voelde ik me toch aangesproken door een artikel met de titel 'Wees expliciet!' in IT Executive (14 mei 2008). Dit artikel gaat in op het belang van communicatie bij uitbesteding. De nieuwe klanten hebben vaak impliciete verwachtingen die verder gaan dan wat expliciet is vastgelegd in bijvoorbeeld een SLA. Je kunt dan wel ieder kwartaal rapporteren over de geleverde diensten, maar hoe kom je erachter of dit ook aansluit bij de verwachtingen van de klanten (eindgebruikers)? Enkele tips uit het artikel:
  • Voer regelmatig een klanttevredenheidsonderzoek uit.
  • Promoot de klachtenprocedure (als logische aanvulling op het klanttevrdenheidsonderzoek).
  • Regisseer de overleggen, hanteer een standaard agenda, nodig de juiste mensen uit.
Ten slotte een mooi citaat. Uitbesteden valt niet mee. "Je denkt als klant immers je zorgen uit te besteden, maar je krijgt daar andere zorgen voor terug. Oplossingen hiervoor zijn niet door slechts één van beide partijen te realiseren. Het is een groeiproces waaraan beide partijen een bijdrage moeten leveren. Als klant besteed je tenslotte wel activiteiten, maar geen eindverantwoordelijkheden uit."

dinsdag, mei 13, 2008

Waarom innovatie vaak strandt

Er zit een vreemde paradox in het gebruik van ICT. De huidige situatie schiet volgens gebruikers altijd tekort, maar een vernieuwing roept altijd weerstand op. Gewoonlijk ga ik er dan vanuit dat de noodzaak van de vernieuwing onvoldoende overtuigend is. In IT Executive van 29 april jl. kreeg ik onder de titel 'Waarom innovatie vaak strandt' een andere - psychologische verklaring aangereikt.

"Mensen overwaarderen op irrationele wijze de voordelen die ze op dit moment hebben ten opzichte van de voordelen die ze niet hebben. (...) Overstappen brengt 'gedragsveranderingskosten' met zich mee, en dat maakt dat mensen niet makkelijk tot nieuw gedrag zijn te bewegen." In het artikel - dat gebaseerd is op Harvard Business Review - worden enkele tactieken gepresenteerd:
  • Wees geduldig: ga uit van langzame adoptie van de innovatie.
  • Zorg voor sterk, overtuigende verbeteringen.
  • Haal het oude product uit de markt, zodat het nieuwe product wel gebruikt moet worden.
  • Maak producten die weinig gedragsverandering vereisen.
  • Probeer mensen te bereiken die het product nog niet gebruiken.
  • Vind believers: gebruikers die de voordelen van het nieuwe product sterk waarderen.

dinsdag, mei 06, 2008

Het zijn net mensen

Afgelopen weekend ben ik eindelijk toegekomen aan het boek Het zijn net mensen (Amsterdam: Podium, 2006) van Joris Luyendijk. De auteur heeft sociale wetenschappen en Arabisch gestudeerd en was van 1998 tot 2003 correspondent in het Midden-Oosten. Hij heeft overigens een half jaar bij het KNAW-instituut NIAS doorgebracht om dit boek te kunnen afronden. Het mooie van het boek is de ontluisterende manier waarop hij zijn kennismaking met het journalistieke vak beschrijft. Uiteraard denk ik bij het lezen aan analogieën in mijn eigen werkverband.

“Ik bleek als correspondent verschillende verhalen te kunnen vertellen van dezelfde situatie. Media konden er daar maar één van brengen, en vaak was dit het verhaal dat het al bestaande beeld bevestigde.” Bij het lezen van deze zinnen moest ik gelijk denken aan de column van Margo Trappenburg in NRC Handelsblad van 25 april 2008, 'Geen draagvlak zoeken maar tegenspraak organiseren'. Een ander citaat: “Het schijnt normaal te zijn dat mensen ongemerkt de kleur aannemen van de organisatie waarvoor ze werken.” En: “Nieuws laat alleen zien wat afwijkt van het alledaagse, en als dat alledaagse onbekend is, krijg je een vertekend beeld.”

Het ongemak van de auteur met zijn vak als journalist blijkt echter vooral verklaard te worden door de onmogelijkheid van journalistiek in een dictatuur. Daar regeert angst, er zijn geen betrouwbare statistieken en de bronnen zijn er uiterst kwetsbaar. In Nederland kennen we natuurlijk geen dictatuur, maar soms zie je in de publieke sector trekjes daarvan. Niet voor niets schrijft Margo Trappenburg haar column. “Wat we nodig hebben bij iedere vernieuwing in de publieke sector is geen draagvlak maar tegenspraak.”

woensdag, april 23, 2008

Echte veranderingen kosten tijd

Dit keer een kort bericht. Alsof de nieuwe baas van de KNAW, Robbert Dijkgraaf, mijn gedachten kan lezen: "Echte veranderingen kosten tijd". Zo luidt de kop boven zijn editorial als gasthoofdredacteur van ScienceGuide en daar ben ik de afgelopen maanden wel achter gekomen.

vrijdag, april 18, 2008

ICT, rem op innovatie?

Er wordt nogal vaak geklaagd dat de interne IT-organisatie niet kan voldoen aan de innovatiebehoefte van de 'business', de wens tot vernieuwing van producten en diensten van de organisatie. Ideeën te over, ICT moet het allemaal mogelijk maken en dan blijkt het niet te werken of veel te lang te duren. We hoeven de kranten maar open te slaan of we lezen van mislukte innovatieprojecten.

In de Automatisering Gids van 11 april j.l. staat een bijdrage 'Innoveren is te leren', gericht op interne IT-organisaties. Hoewel in dit artikel waardevolle aanwijzingen staan, lijkt toch wel erg eenzijdig de schuld voor mislukte innovatieprojecten bij de interne IT-organisatie gelegd te worden. In een speciale uitgave 'Focus op ICT & Overheid' van IT Executive staat juist een artikel 'Het ligt niet aan de IT' met daarbij de kop "Mislukken overheidsprojecten vooral te wijten aan organisatie" en in de header "Los problemen eerst op, voor ze te automatiseren".

Innovatie en ICT hebben beide mijn interesse, maar ik ben me ook bewust dat de dynamiek tussen deze beide in een organisatiecontext bij voorbaat lastig is:
  • Een innovator wordt geacht niet teveel aan consequenties te denken, terwijl een ICT'er juist wel alle consequenties in kaart moet brengen.
  • Bij innovatie gaat het per definitie om nieuwe, risicovolle wegen, terwijl ICT het beste functioneert in een stabiele context met zo min mogelijk risico's.
  • Voor innovatie is vaak relatief veel geld beschikbaar, terwijl ICT al gauw te duur is.
  • Vaak wordt ICT te laat betrokken, waardoor met ICT vraagstukken opgelost moeten worden die in een eerder stadium voorkomen hadden kunnen worden.

vrijdag, april 11, 2008

WTR Trendrapport 2008

Onlangs is het nieuwe trendrapport van de Wetenschappelijk Technische Raad van SURF verschenen: ICT - fundament voor vernieuwing. In het rapport worden door leden van de raad en enkele anderen trends beschreven die relevant zijn voor de inzet van ICT in de sector van hoger onderwijs en onderzoek. Uit het voorwoord haal ik een citaat dat ik als kern zou willen beschouwen: "We leven in een 'genetwerkte' kennissamenleving waarin ook organisaties steeds verregaander verknoopt raken. Tegelijk is er een toenemende druk op het onderwijs en onderzoek om hun maatschappelijke meerwaarde aan te tonen en hun efficiëntie, effectiviteit en kwaliteit te verbeteren."

Omdat in veel bijdragen vanzelfsprekend de focus op het onderwijs ligt, zijn er maar twee bijdragen waar ik in de context van mijn eigen werk direct wat mee kan, namelijk de bijdrage van Hans Dijkman (De noodzaak voor een universitair IT-centrum) en de bijdrage van John Mackenzy Owen (De lokale bibliotheek voorbij). In beide bijdragen wordt heel nadrukkelijk de aandacht gevraagd voor datgene wat je als instelling zelf moet doen en datgene waarin je moet samenwerken dan wel wat je moet uitbesteden. Het zogenaamde sourcingvraagstuk.

Laatstgenoemde bijdrage vond ik bovendien interessant omdat daarin een eigen geluid werd verwoord ten opzichte van open access, afwijkend van wat in SURF-verband wel wordt gezegd. Bijvoorbeeld: "De verdere ontwikkeling van het open access-publiceren zal nauwelijks leiden tot verandering van de publicatiepatronen van onderzoekers." En: "Het valt dan ook niet te verwachten dat de rol van commerciële wetenschappelijke uitgevers ernstig zal worden aangetast." En over de door de universiteiten opgezette institutionele repositories: "vooralsnog ver beneden de maat in termen van inhoud en functionaliteit." Wel vreemd overigens dat SURF, die nota bene open access bepleit, deze uitgave van het trendrapport niet publiek toegankelijk op het internet heeft geplaatst, maar voor 25 euro laat bestellen.

woensdag, april 02, 2008

Hoe win je vertrouwen?

In een werksituatie waarin veel moet gebeuren en tegelijkertijd de betreffende medewerkers zelf ook een verandering door moeten maken, is vertrouwen erg belangrijk. Zo nu en dan loop ik er tegen aan dat vertrouwen niet automatisch wederzijds is. Juist dan is het prettig als je via een website wat praktische tips aangereikt krijgt voor het winnen van vertrouwen.
  1. Beperk het aantal verrassingen (ook de leuke) tot een minimum. Als er verrassingen aankomen, bereid mensen daar dan op voor.
  2. Wees consciëntieus bij kwesties met een ethische component. Vraag om advies, wees zeer behoedzaam.
  3. Beheers je humeur. Onverklaarbare opgetogenheid kan mensen net zo ongerust maken als ingehouden agitatie.
  4. Wees open: communiceer het helder als je een belofte zult nakomen maar ook als je denkt dat je iemand moet gaan teleurstellen.
  5. Geef je redenen. Als mensen weten hoe je denkt, zullen ze eerder op je vertrouwen.
  6. Luister naar kritiek. Je hoeft niet alles te accepteren, maar wel zo veel dat blijkt dat je openstaat voor verandering.
  7. Bedank mensen, laat ze merken dat ze worden gewaardeerd.
  8. Toon belangstelling en luister echt naar mensen. Vat samen wat ze hebben gezegd (zodat ze merken dat je echt luistert).
  9. Als je ergens geen antwoord of oplossing op/voor hebt, geef dat dan gewoon toe. Niemand weet alles. Laat je niet betrappen op bluffen.
  10. Wees geduldig en consistent: het kost tijd om het vertrouwen van mensen te winnen.
De eerste tip is belangrijk. Ik merk dat je als manager soms al lange tijd met een idee in je hoofd loopt. Als dat bij jezelf gerijpt is, wil dat natuurlijk nog niet zeggen dat de medewerkers ook gelijk dat stadium bereikt hebben.

zondag, maart 23, 2008

Leve de managers!

Ik werk nu al ruim tien jaar in de publieke sector waarvan ongeveer de eerste helft als (externe) consultant en de laatste helft als manager. Ik kan dus wel wat begrijpen van de discussie die gevoerd wordt over managers in de publieke sector. Vaak is de klacht dat een gebrek aan kwaliteit van de publieke dienstverlening (onderwijs, politie, zorg) de schuld is van de managers. Meestal vond ik de bijdragen daarover in de media erg eenzijdig. Ik was dan ook aangenaam verrast toen ik dit weekend in Opinie & Debat van NRC Handelsblad een bijdrage vond van bestuurswetenschapper Mirko Noordegraaf van de Universiteit Utrecht met wat gezonde nuanceringen.

Hij schrijft: "De dwingende anti-managerdebatten gaan er te zeer van uit dat publieke managers bewust problemen veroorzaken; dat professionals per definitie goedbedoelend en effectief zijn; en dat uitvoerenden enkel last hebben van zakelijke methoden." Hij weerlegt deze veronderstellingen door er op te wijzen dat publieke managers zelf last hebben van de manier waarop zij aangestuurd worden, dat publieke managers de professionals juist ook in bescherming kunnen nemen en dat de professionals bepaald niet altijd professioneel zijn en geholpen moeten worden om buiten hun eigen specialistische kaders te kijken.

In feite geeft hij aan dat de wereld een behoorlijk stukje complexer is geworden in de afgelopen decennia en dat we bij de publieke dienstverlening een laag nodig hebben tussen politici en professionals. Dat moeten volgens hem managers zijn met gevoel voor de publieke sfeer en voor de eigenheid van publieke dienstverlening.

maandag, maart 17, 2008

Science 2.0?

Het katern Wetenschap & Onderwijs van NRC Handelsblad van afgelopen weekend (15/16 maart 2008) opent met een artikel over grid-technologie. Een grid is een verzameling van via het internet aan elkaar gekoppelde computers waardoor de rekenkracht en geheugencapaciteit uitgebreid kan worden. In het wetenschappelijk onderzoek komen immers steeds meer gegevens beschikbaar en het kost nogal wat capaciteit om die gegevens op te slaan en te verwerken. In het artikel wordt ingezoomd op het CERN, het Europese instituut voor deeltjesonderzoek in Genève.

Op dezelfde pagina wordt in dit kader ook gesproken over 'Science 2.0'. Aan de hand van een artikel van computerspecialist Ben Shneiderman in Science (maart 2008) wordt gezegd: "Maar de werkwijze van onderzoekers verandert, schrijft Shneiderman. Meer en meer vormen zij grote netwerken, waarin zij hun gegevens delen. Daarmee worden andere zaken belangrijk, zoals wederzijds vertrouwen, gemeenschappelijke verantwoordelijkheid en empathie."

Ruim tien jaar geleden schreef ik voor de studie filosofie een afstudeerscriptie over de aard en de methodologie van 'computationele wetenschappen'. Ik concludeerde toen dat het voorbarig was te beweren "dat met de opkomst van computationele wetenschappen een nieuw beeld van wetenschap zal ontstaan". De praktijk van wetenschap verandert wel, maar niet de kenmerken van wetenschap zelf. Volgens mij is dat nog steeds waar.

donderdag, maart 13, 2008

Outsourcing of samenwerking?

In het februarinummer van IT beheer Magazine wordt veel aandacht besteed aan outsourcing, een thema dat me voorlopig nog wel bezighoudt. Enerzijds omdat ik IT-diensten uitbesteedt, anderzijds omdat ik zelf bezig ben de IT-dienstverlening binnen de KNAW meer te integreren. Je staat dan aan twee kanten en krijgt een regierol, richting verschillende klanten en verschillende dienstverleners. In een van de artikelen wordt gesproken over zes verschillende regiemodellen. Het enige model dat past op de KNAW-situatie is het zogenaamde “operatie-regiemodel”. Verschillende IT-diensten worden nog gewoon intern geleverd. “Vaak zien we dit bij de eerste generatie uitbestedingcontracten, waar onvoldoende ervaring en vertrouwen is om zaken helemaal uit handen te geven.” Een belangrijke waarschuwing wordt ook gegeven, namelijk om de “operationele verantwoordelijkheden goed te scheiden van de regieverantwoordelijkheden en eventuele conflicterende belangen en rollen expliciet te benoemen en te managen.”

In een ander artikel worden drie varianten van samenwerking beschreven: op basis van wantrouwen, op basis van betrouwbaarheid en op basis van vertrouwen. “Samenwerking op basis van wantrouwen kun je je eigenlijk alleen maar veroorloven als je precies weet wat je wilt hebben en wat je er voor wilt betalen. Door de grote complexiteit en de grote dynamiek in de IT van een onderneming weet je eigenlijk nooit wat je morgen, volgende week en volgende maand precies wilt.” Deze variant lijkt dus onwenselijk voor de huidige situatie. Samenwerking op basis van vertrouwen, vraagt partnership, iets wat wenselijk is voor de langere termijn. Vooralsnog koers ik maar op samenwerking – zowel met leveranciers als met interne klanten – op basis van betrouwbaarheid: beide partijen proberen zich zo goed mogelijk aan de afspraken te houden, van boetes en bonussen is geen sprake.